In een stampvolle Brusselzaal verzorgden het kamerorkest Camerata di Lodo en het Vocaal Ensemble Rijssen een fraai concert. Beide gezelschappen worden gedirigeerd door Jan-Geert Heuvelman, die tijdens het concert ook de piano bespeelde en enkele solowerken op het stadhuisorgel ten gehore bracht. Heuvelman was daarmee de onbetwiste spil in het programma. Met veel overgave brachten de jonge musici van Camerata di Lodo composities van Boyce en Corelli ten gehore. Vocaal Ensemble Rijssen zong a capella een werk van Tallis, met orgelbegeleiding een hymn van Vaughan Williams en een anthem van Attwood. Op het stadhuisorgel klonk een partita van Böhm en enkele composities van Bach.
Hoogtepunt van de avond werd de cantate “Nichts soll uns scheiden von der Liebe Gottes” van Dietrich Buxtehude, waarin het Vocaal Ensemble Rijssen en Camerata di Lodo gezamenlijk optraden, met daarbij het kistorgel van de Rijssense Muziekschool, bespeeld door Jan-Geert Heuvelman. Dat gebeurde in de centrale hal van het gemeentehuis, met het publiek in een grote kring om de muzikanten heen. Zo kon al even worden ervaren hoe de klank is wanneer het stadhuisorgel over enige tijd wordt verplaatst naar de centrale hal: akoestisch beslist een verbetering in vergelijking met de rijk gestoffeerde Brusselzaal.
Voor de organiserende Stichting Stadsmuziek Rijssen was het een mooie opsteker, dit goed bezochte concert, en voor het publiek is het een fijn vooruitzicht dat de concerten na de verbouwing van het gemeentehuis nóg mooier zullen gaan klinken!